2.4 De opgroeiende pup

Vanaf het begin dat je de pup hebt, is het belangrijk dat de pup zich op jou wil richten. Je speelt even met hem en dan loop je op zo’n manier weg dat je de pup als het ware uitnodigt om achter je aan te lopen. Als het hondje op die uitnodiging ingaat speel je weer even. Dat herhaal je af en toe. Ondertussen moet je de hond de gelegenheid geven de omgeving te verkennen. Daardoor loopt hij op een gegeven moment wat verder van je weg. Dan roep je zijn naam. Als de hond komt herhaal je het spelletje, je loopt op de uitnodigende manier weg, enz. Op deze manier schep je steeds situaties waardoor de hond zich op jou gaat richten. Zo ben je ongeveer vijf á tien minuten met hem bezig. Daarna laat je hem nog even vrij en dan moet er rust worden gecreëerd. Dat betekent dus in de bench of in de kennel. Als je drie keer per dag zo met je pup bezig bent leert hij heel snel wat jij hem wilt leren. Het hondje zal er naar uit gaan zien. Hij zal het prachtig vinden om naar jou toe te komen. Observeren en situaties uitbouwen worden nu belangrijk. Roep de hond niet te snel terug. Een goede veedrijver moet straks de schapen ophalen over een afstand van 300 of 500 meter. Als je de pup altijd dicht bij je in de buurt houdt, wil hij later ook niet ver bij je weg. Ga eens rustig zitten tijdens een wandeling en laat de hond een tijdje zijn gang gaan. Kijk wat hij doet, of hij voorzichtig, brutaal of onstuimig is.
Als de pup een week of tien is en gewend aan de nieuwe situatie, het halsbandje, de riem en hij wil goed bij je komen als je hem roept, dan wordt het tijd om een aantal nieuwe zaken te gaan leren, die belangrijk zijn binnen het gewone maatschappelijke verkeer. Maar deze zaken vormen tegelijk ook de basis voor zijn opleiding tot veedrijver.
Het is belangrijk de pup te leren staan, bij je te komen, te leren liggen en te volgen op commando.