2.5 "Staan" op commando

De pup is dus een beetje gewend en het eerste waar we echt mee gaan oefenen is het staan. Tot op dit moment is de hond nog niets echt afgedwongen. Als je met hem aan het spelen bent, zeg je op een gegeven moment “staan”. Met je rechterhand houd je hem tegen bij zijn borst en met je linkerhand ga je onder zijn buik, waarbij je ervoor zorgt, dat de rug van je linkerhand zijn buik licht aanraakt, zodat hij blijft staan. Deze situatie houd je een moment in stand, waarna je het spelletje vervolgt. Dit herhaal je een paar keer tijdens het spelen, zodat het als het ware onderdeel van het spel wordt. Zorg ervoor dat de aanraking met je handen zo licht mogelijk is. Op het moment van het commando “staan” , zet je hem in stand en je laat meteen je handen los als hij staat. Het wordt dus een soort schokje. Je zegt “staan” en pats hij staat. Eerst een moment, maar dat moment breid je zo snel mogelijk uit tot enkele momenten, tien tellen, twintig tellen, dertig tellen, enz. Zorg er vooral in het begin voor dat er geen gevoel van stress ontstaat, want om de hond echt te leren staan is moeilijk en vergt veel van je geduld. Omdat het moeilijk is, is het juist goed om er mee te beginnen tijdens het spelen.
Je moet je hond er goed bij observeren om te kijken welke signalen hij uitzendt. Wat dat betreft is het dus ook een goede oefening voor jezelf.
Als je namelijk te veel druk uitoefent, wordt de pup te verlegen, zal willen liggen, weg willen lopen, enz. Je moet er voor zorgen dat de pup het leuk vindt. Je moet hem ook niet aanlijnen. Je speelt, je ravot, je geeft hem het commando “staan” , pats hij staat, wacht een moment ……….. en speelt weer verder. En dan breid je uit! Het is dus een, tamelijk ongedwongen, onderdeel van het spelen, maar erop gericht een gewoonte te worden. De handeling moet  gewoon door de pup geaccepteerd worden, voordat je met de commando’s “af”, “volg” en “hier” begint. Hij hoeft echter nog niet echt zonder aanraking op commando te gaan staan. Dat heeft veel meer tijd nodig. Het gaat erom dat de eerste aanzet gemaakt is.
Waarom staan op commando?
Het kunnen staan van de hond op commando is handig als je bij de dierenarts bent, of op een exterieurkeuring en op nog wel wat andere momenten. Maar het is vooral belangrijk bij het werken met schapen dat de hond op commando kan gaan staan. Als schapen in een trailer moeten of je wilt ze anders opsluiten dan zijn er vaak weerbarstige exemplaren. Als de hond op zo’n moment kan gaan staan, dan is dat extra imponerend, waardoor schapen gemakkelijker de gewenste richting zullen opgaan.
Leren “staan” uitsmeren over de tijd.
Een steeds terugkerend onderwerp is het letten op de vorderingen die de pup maakt. Als hij één keer iets door begint te krijgen, ga je de oefening uitbreiden. Als de hond wil blijven staan, probeer je je handen terug te houden. Eerst nog dichtbij de hond om hem snel te kunnen corrigeren, eerst op je hurken zitten, omdat je dan dichter bij hem bent, dan gebukt en dan langzaam gaan staan, terwijl je klaar staat om onmiddellijk in te grijpen als het nodig is. In het begin geef je duidelijk aan dat hij moet reageren op het commando “staan”  door je handen te gebruiken en zo maak je ook een duidelijk moment, waarop je aangeeft dat het spel verder gaat. De hond zal op deze signalen van zijn baas gaan letten, omdat hij plotselinge variaties leuk vindt.
Zo goed als de hond op jouw signalen let, moet jij op zijn signalen letten. Heb je hem goed duidelijk gemaakt wat jij wilt? Begrijpt hij dat hij moet blijven staan? Vindt hij jouw aanpak leuk of moet je voor hem duidelijker maken wat jij bedoelt?
Als de hond door krijgt dat hij moet blijven staan, dan kun jij een klein pasje teruggaan. Zeg niet dat hij moet blijven, alleen het commando staan betekent al dat hij moet blijven staan. Als je bijvoorbeeld “blijf” zou zeggen, dan kan hij al denken dat het spel verder gaat. Je zegt dus “staan”, loopt een klein pasje terug, wacht een moment, loopt weer dat pasje naar de hond toe terug en gaat verder met spelen. Eén pasje wordt twee, wordt drie, enz.
Een vervolg kan zijn, als hij tenminste keurig kan blijven staan, dat je hem bij je roept. Dan wordt er wel een extra beroep op de hond gedaan, omdat hij zichzelf goed onder controle moet houden. De ene keer moet hij blijven staan en wachten tot je bij hem komt en een andere keer moet hij naar jou toe komen, omdat je het commando “hier” geeft.
In de loop van de tijd kun je steeds variaties bedenken. Het komt er wel op aan dat jouw variaties gebaseerd zijn op wat de hond aan kan. Met andere woorden: jouw variaties moeten aansluiten op zijn leerproces. De snelheid van het leerproces is voor de ene hond anders dan de andere en het heeft er natuurlijk ook mee te maken hoe goed jij jouw hond duidelijk kunt maken wat precies jouw bedoeling is.
Op een gegeven moment kan de hond staan op commando als je nog vlak bij hem staat. Als hij dat goed kan, ga je het commando geven als je één meter van hem af staat en dat breid je weer uit naar twee, naar drie meter, enz.
Tegen de tijd dat de hond een maand of twaalf oud is, zal hij op deze manier goed op commando willen blijven staan, je zult rustig twintig tot veertig meter weg kunnen lopen en ook als je eventuele schijnbewegingen maakt, zal hij wachten op jouw commando.