2.7 "Af" op commando

“Af” leren liggen binnen vijf minuten.
Het liggen op commando kan de hond in beginsel leren binnen vijf minuten. Tenminste als je de methode gebruikt die honden tegenover elkaar ook gebruiken. Als ik bij mijn volwassen honden een pup zet, dan duurt het niet lang of één van de honden neemt het initiatief om met de pup te gaan spelen. Tijdens dat spelen gebeurt het plotseling dat zo’n volwassen hond als het ware over  de pup heen vliegt en hem daarbij min of meer in zijn nek bijt of duwt, waardoor deze enkele keren over de kop vliegt en vervolgens, soms verbouwereerd piepend, blijft liggen. Dat herhaalt zich een aantal keren. Heel snel leert de pup het signaal en gaat al liggen voordat de hond bij hem is. Als je als mens kijkt naar dit hondengedrag dan is het écht niet leuk om te zien! Binnen de kortste keren ben je geneigd om de pup te hulp te schieten en de oude hond af te straffen. Toch is dit de manier waarop honden met elkaar omgaan. Het is de taal die ze onderling gebruiken en verstaan. Wij gaan uit van onze menselijke normen en wij vinden het al moeilijk om dit hondengedrag te begrijpen, laat staan dat we het na zouden moeten doen.
Andersom hebben wij vaak ook niet het besef hoe moeilijk we het voor onze pup maken, als wij alleen onze menselijke maatstaven aanleggen.
Er van uitgaande dat de pup aan de nieuwe situatie is gewend, het halsbandje wil dragen en aan de riem wil lopen en bovendien bij je komt als je hem roept, ongeveer 10 á 12 weken oud is en graag met je wil spelen, dan komt het moment dat je het gevoel krijgt: nu ga ik hem leren “af” te liggen. Je hebt de hond aan de riem, je gaat even enthousiast met hem spelen en opeens zeg je “af” en gelijktijdig geef je hem een duw in zijn nek op dezelfde manier als een oude hond dat doet. De pup blijft enigszins verschrikt liggen en jij blijft ook abrupt staan. Als je ziet dat de pup overeind wil komen, reageer je op precies dezelfde manier, je geeft het commando, je geeft hem een duw in zijn nek en je wacht of hij nu wel blijft liggen. Je wacht vijf tot tien tellen en dan speel je op dezelfde enthousiaste manier weer verder als eerst. Dus echt alsof er niets gebeurt is. En dan opeens doe je het weer. Zegt “af”, duwt in de nek, blijft staan, tot tien tellen, spelen, enz. Tijdens dit leren aan de hond moet je natuurlijk goed blijven observeren of de hond ook oppakt wat je hem wilt leren. De eerste en  de tweede keer een duw in de nek kan de pup best een beetje verlegen maken. Maar als het spel daarna gewoon weer doorgaat, zal hij snel begrijpen dat er iets nieuws aan de hand is. Als je het goed doet, zal hij na drie á vier keer al zijn gaan liggen, voordat je hem hebt aangeraakt. Zodra dat gebeurt, geef je alleen nog een duw in zijn nek als hij niet snel genoeg is. Deze oefening moet natuurlijk niet te lang duren. Als je de volgende keer de hond uitlaat, doe je deze oefening opnieuw. Als de hond meteen “af” gaat en ook blijft liggen, doe jij een stapje terug, terwijl je goed oplet of hij blijft liggen. Als de pup inderdaad blijft liggen, kun je wel twee stapjes terug doen, daarna drie stapjes, enz.
Af en toe als je bij de hond terug komt, geef je hem een schouderklopje. Dat is belangrijk om duidelijk te maken dat jouw hand zowel vriendelijk als streng kan zijn.
Probeer in dit stadium, als de hond meteen gaat liggen, zelf een doorgaande beweging te maken en bijvoorbeeld drie passen verder te stoppen. Zodra de hond iets begrijpt, ga je meteen uitbreiden. Dat geldt later ook bij het trainen met schapen. Daar leg je nu immers de basis voor! Vooral een veedrijver moet later goed op afstand kunnen werken.
Terug naar de oefening voor het “af” liggen. Als de hond goed wil liggen, maak je de afstand groter. Als je op vijf meter afstand kunt staan, ga je ook de wachttijd vergroten. Tien tellen worden twintig tellen, worden dertig tellen, een minuut, enz. Je gaat dus twee dingen vergroten: de tijd en de afstand.
Blijf ondertussen altijd de hond observeren! Let op of hij attent blijft. Zodra zijn aandacht verslapt, moet je iets anders gaan doen.
Geef de hond op tijd vrij. En geef hem vrij op het moment, dat hij de oefening nog leuk vindt.
Ik ga nog even door op het afliggen. Als de hond goed af wil liggen en ook blijft liggen als je wegloopt, dan kun je schijnbewegingen gaan maken, d.w.z. je springt plotseling weg, terwijl je oplet dat de hond blijft liggen. Zodra je ziet dat hij mee wil springen, geef je het commando “af”. Dit is overigens een belangrijk punt. Je moet vóór de hond aan zijn. Als je ziet dat hij overeind wil komen, moet je meteen het commando “af” geven. Dus niet afwachten of hij misschien toch niet blijft liggen. Dat is een basisfout.
Jij bent alleen de leider als je voor de hond zijn gevoel ongeveer zijn gedachten al kunt lezen. Zo kun je bijvoorbeeld de hond “af” laten liggen en zelf uit het zicht gaan. Je moet dan wel zodanig staan dat je nog steeds kunt zien of de hond niet overeind wil komen. Dit is voor de hond best moeilijk en vaak zal hij op dat moment achter je aan willen komen. Zo’n kritiek moment is medebepalend in hoeverre hij de “af” oefening beheerst. Dus meteen reageren als hij wil gaan staan. Als de hond door heeft dat je even daarna wel weer tevoorschijn komt, zal hij de oefening snel beheersen. En daarna de tijd weer uitbreiden. Pas na één minuut tevoorschijn komen, na twee minuten enz. Maar zorg ervoor dat jij de hond altijd kunt zien om hem, indien nodig, op tijd te corrigeren. Als jouw hond dit allemaal kan, dan komt het moment om een situatie te creëren, waar je op een heel andere plek weer tevoorschijn komt.
Maar dan moet je dus wel zeker weten, dat je hond blijft liggen in de tijd dat je hem niet kunt zien.
Ben jij op jouw “andere” plek aangekomen waar jij de hond wel kunt zien, maar hij jou nog niet, dan wacht je of hij misschien wil gaan staan. Doet de hond geen enkele poging en blijft hij mooi kijken naar de plek waar hij jou heeft zien verdwijnen, dan kom je op een gegeven moment achteloos tevoorschijn, je treuzelt nog wat om, je doet of je daar wat bezig bent en als hij jou heeft opgemerkt, maar toch braaf blijft liggen, loop je op een gegeven moment naar hem toe, je roept hem overeind en je beloont hem. In het andere geval als de hond toch overeind wil, kom je op de “andere” plek tevoorschijn terwijl je “af” commandeert en weer op die plek verdwijnt, terwijl je blijft kijken of hij nu “af” blijft. Daarna voer je het programma uit zoals is omschreven.
Variaties op het thema “af”
Het “af” leren liggen op zich is dus een kwestie van ongeveer vijf minuten. Maar het leerproces om te komen tot een hond die geduldig langer dan tien minuten blijft liggen, ook als je verder dan honderd meter bij hem vandaan bent is een leerproces waar maanden van geduldig oefenen mee heen gaan. Tijdens al dat oefenen is het belangrijk dat je afwisseling brengt in de oefeningen. Ben je aan het wandelen en de hond loopt vijf meter bij je vandaan, dan kun je het commando "af” geven. Jij loopt tien meter door en keert terug, bukt bij de hond, aait hem en geeft hem weer vrij. Even later loopt hij weer vijf meter bij je vandaan, je commandeert “af”,  jij loopt twintig meter door en roept hem bij je. Meteen belonen, spelen en weer vrij geven. De fiets pakken, de hond loopt tien meter bij je vandaan, je commandeert “af” en je fietst twintig meter verder. Je fietst vijftig meter terug, enz. Je gooit met een balletje, terwijl de hond moet blijven liggen en hij mag het balletje pas halen als jij dat zegt. Allemaal oefeningen die je uit kunt breiden, zoveel als je maar wilt. Let erop dat oefeningen kort duren. Houd in de gaten of de hond zich nog kan concentreren. Observeer goed of de hond signalen uitzendt, dat hij het leuk vindt en stop op tijd.
Leren “af” liggen uitsmeren over de tijd.
Het bovenstaande programma voor het leren liggen op commando is dus een kwestie van tijd. De ene hond zal er langer over doen dan de andere om het uiteindelijke resultaat te bereiken. Het uitgangspunt is, dat jij met jouw hond als het ware een “roedel” gaat vormen, waarbij jij de leider bent die zijn “soortgenoot” ondergeschikt maakt.
Wat jij hem wilt leren, moet je doen op een manier die voor de hond te begrijpen is. Daarbij moet je de hond  blijven observeren omvooruitgang waar te nemen.
Er moet vooruitgang zijn, immers een Bordercollie is een snelle leerling. Daarop moet jouw training zijn afgestemd. Wees vooral kritisch ten opzichte van jezelf en als je twijfelt, niet doormodderen, maar laat iemand anders jou en je hond eens beoordelen of je wel op de goede weg bent!