2.8 "Volgen" op commando

Ook hiermee beginnen we als de hond tien á twaalf weken oud is. Als de pup zonder problemen een halsband wil dragen en aan de riem wil lopen, dan gaan we beginnen met volgoefeningen. Je hebt de hond aan de riem en terwijl hij een beetje voor je uit loopt te snuffelen, roep je opeens zijn naam + “kom hier”. Meteen loop je achteruit, terwijl je een zachte ruk aan de riem geeft, je haalt hem aan de lijn in, waarbij je er voor zorgt dat hij langs jouw rechterkant achter je langs aan jouw linkerkant uitkomt. Daar laat je hem staan, zodat je allebei met de neus in dezelfde richting staat. Je wacht één of twee tellen, dus echt even een moment, geeft het commando “volg” , waarbij jij begint te lopen met je linkerbeen vooraan. Ondertussen heb je de lijn aan het uiteinde in je rechterhand en, dichterbij de hond, de lijn met je linkerhand vast. Je linkerhand geleidt voorlopig de lijn, waardoor je de hond goed bij je linkerbeen kunt houden en via jouw rechterhand kun je eventueel corrigerende rukjes geven. Nu is het zaak dat de hond dit een leuke situatie gaat vinden. Steeds herhaal je het commando “volg” en af en toe maak je plotseling een haakse bocht naar rechts. Dat vindt een pup meestal leuk, omdat hij dan opeens hard moet lopen. Voor hem is het immers de buitenbocht. Als je dat effect van “leuk vinden” waarneemt bij jouw pup, moet je dat natuurlijk uitbuiten.
Let ook hier weer op, dat zo’n oefening niet te lang duurt. Door het vaak te herhalen en het leuk te houden, zul je sneller succes hebben.
Als de plotselinge bocht naar rechts goed gaat, moet je ook de bocht naar links gaan oefenen. De hond heeft nu de binnenbocht, dus hij moet zich inhouden. In het begin zal hij voor je langs willen draaien, zodat hij aan jouw rechterkant uitkomt. Dat is dus niet de bedoeling en als dat wel gebeurt, ben je zelf niet alert genoeg geweest. Jouw rechterhand moet op tijd omhoog, waardoor je de lijn door je linkerhand laat glijden en korter maakt om zo de hond op de juiste plaats aan je linkerbeen te houden.
Natuurlijk gaat dat in het begin wel eens mis, maar je moet jezelf er wel op aanspreken. Blijf er steeds aan denken dat als er vier of vijf keer eenzelfde situatie ontstaat die de hond als leuk ervaart, dat hij het dan al (fout) geleerd kan hebben.
Voor jou langs draaien naar de rechterkant mag hij dus beslist niet als leuk ervaren. Een hoek naar rechts en een hoek naar links ga je afwisselen met stukjes rechtdoor. De hond zal het leuk gaan vinden door de afwisseling en daardoor steeds oplettender worden, welke kant je nu weer opgaat.
Ondertussen ben je natuurlijk ook bezig geweest met je “af” oefeningen.
Nu ga je deze oefeningen aan elkaar koppelen. Je geeft de hond het commando “volg”, je loopt een eindje rechtdoor, je geeft het commando “af” (goed opletten of je linkerhand nodig is voor een duw in zijn nek), je laat de riem vallen, terwijl jij nog een paar passen doorloopt, en een rondje naar rechts of links makend weer naast de hond terecht komt. Let erop dat hij blijft liggen! Je blijft even bij hem staan, een paar tellen, en dan stap je met je rechterbeen weer weg, terwijl de hond moet blijven liggen. Je loopt enkele passen door, wacht weer even en je gaat achteruitlopend weer naast de hond staan. De hond blijft nog steeds liggen! Je pakt de riem op, geeft het commando “volg” en je begint weer te lopen, waarbij je er op let dat je met je linkerbeen begint.
Dus als je hond moet volgen stap je altijd met je linkerbeen weg. En als de hond moet blijven liggen, stap je altijd met je rechterbeen weg. Dit soort vaste gewoontes helpt niet alleen de hond, maar ook jezelf om je bewust te zijn van situaties.
Nu je de “af” oefeningen en de “volg” oefeningen in elkaar kunt laten overlopen, kun je iets langer dooroefenen, omdat er meer afwisseling mogelijk is. Maar het blijft evengoed belangrijk dat je let op de signalen die de hond afgeeft. Probeer altijd te stoppen voordat de hond zijn aandacht verslapt!
Het volgen gebeurt vanaf het begin natuurlijk aan de lijn en dat moet je maanden volhouden. Vooral als het volgen goed gaat en de lijn praktisch nooit strak komt, de hond verlangend is om de bocht naar rechts te mogen en ingehouden is met de bocht naar links, is de verleiding groot om het zonder riem te proberen. Niet doen! Begin er pas aan als de hond een maand of tien is en al wat meer kan overzien. Het volgen is dan hopelijk zodanig geautomatiseerd dat een vergissing niet meteen een nieuw leuk spel uitlokt, waar bliksemsnel door de hond onjuiste conclusies uit worden getrokken! Als het zover is, dat je hem los laat volgen, dan kies je een rustig moment, eerst een recht stukje, dan een bocht naar rechts, enz. en het eerste moment dat hij iets te ver bij jou vandaan raakt, laat je hem meteen jouw ongenoegen blijken.
Als hij snel daarop weer iets te ver wegblijft van je linkerbeen, pak je, wel doorlopend, met je linkerhand een klein plukje haar in zijn nek, trekt daar even aan, terwijl je het commando “volg” geeft. Dit hoeft maar twee of drie keer te gebeuren en dan weet de hond dat hij echt dicht bij jouw linkerbeen moet blijven.
Raak de hond ook tijdens het volgen af en toe even aan, een aai over zijn rug, een klopje op zijn schouder, zijn kop. Hij is dan gewend om aangeraakt te worden tijdens het oefenen en kan de juiste conclusies uit de aanraking trekken, namelijk of hij het goed doet of dat het beter moet!

Leren “volg” uitsmeren over de tijd.
Ook het volgen is een kwestie van tijd en geduld. Zorg ervoor dat er tijdens de oefeningen een overwegend prettige stemming heerst, tussen jou en je hond. Herhaal de oefeningen geregeld, zodat het aangeleerde een gewoonte gaat worden. Integreer de ”staan”, “af” -en  “volg” oefeningen en let op of de hond vooruitgang boekt in het leerproces. Bedenk daarbij steeds dat je sneller iets leert op een leuke manier, dan op een vervelende manier. Dat geldt voor de hond ook. Daarbij moet je de mogelijkheden van je eigen creativiteit en inzicht niet onderschatten.