2.9 Benutten van ongewenste situaties

Veronderstel dat je de hond in de bench wilt doen en je ziet dat hij zich plotseling bedenkt om maar niet te komen, omdat hij niet in de bench wil. Hij wil dus iets niet wat jij juist wel wilt. Dat is een ideale situatie om er even een leerpunt van te maken. De hond wilde niet komen, dus je gaat hem niet nog een keer roepen. Je loopt weg alsof je nog een eindje gaat lopen. In ieder geval ga je iets doen, waarvan je vrij zeker weet dat de hond daar positief of graag op reageert. Je loopt even hard, je stoeit even en dan pak je hem bij de halsband en je doet de lange lijn aan. Met de lange lijn aan speel je nog even, of je loopt nog even. In ieder geval zorg je ervoor dat de hond het moment van iets niet willen weer kwijt is. Dan loop je, met de lange lijn aan, naar de bench en je geeft een commando bijv. “op je plaats”. Op dat moment zorg je ervoor met behulp van de lijn dat hij snel en vakkundig in de bench terechtkomt. Je laat de hond even in de bench, het maakt niet uit of hij staat of ligt, hij is in de bench. Je laat hem merken dat hij braaf is en verder laat je hem mooi even. Na vijf of tien tellen roep je hem bij je. Je speelt even en opeens geef je weer het commando “op je plaats” en weer zorg je ervoor dat hij onverwijld in de bench terechtkomt. Dat herhaal je een keer of vijf. Je brengt wat variatie in de tijd dat je hem in de bench laat wachten. Als je hem eruit roept speel je weer enthousiast. Dat herhaal je een paar keer per dag. Maar vanaf het moment dat je gemerkt hebt dat hij niet bij je komt omdat hij in de bench moet, doe je hem alleen maar in de bench met de lange lijn aan! Je gaat dus niet na drie dagen proberen of hij ook “luistert”. Je gaat ervoor zorgen dat de hond de fout niet weer kan maken. Na een paar dagen hoef je dit echt niet meer vijf keer achterelkaar te oefenen. Maar als hij in de bench moet, doe je hem een tijdje daarvoor de lange lijn aan, zodat het niet meer mis kan gaan. Ook niet per ongeluk. Je zorgt ervoor dat het een goede gewoonte wordt om het commando “op je plaats” onverwijld, zonder enige aarzeling op te volgen.
Een ander voorbeeld is dat de hond niet bij je wil komen als je onderweg een andere hond tegen komt. Als je de honden even laat spelen, wil een hond meestal wel weer met zijn baas mee, maar dat is niet altijd zo. Als je merkt dat jouw hond opeens niet meer reageert als je hem roept, moet je geen heisa maken, maar rustig een beetje achter hem aanhobbelen totdat je wel zijn aandacht hebt en hem bij de halsband kunt pakken. Daarna doe je hem de lange lijn aan, je laat hem even weer spelen en dan roep je hem. Met behulp van de lange lijn zorg je ervoor dat de hond onverwijld bij jou terechtkomt. Je beloont hem en je laat hem weer spelen. Daarna roep je hem weer en herhaalt zich het hele ritueel. Vanaf nu zorg je ervoor dat je hem aan de lange lijn hebt voordat hij een andere hond in het oog krijgt. Je laat ze even spelen en je roept jouw hond bij je met behulp van de lange lijn. Na verloop van tijd, dat kan voor iedere hond anders zijn, probeer je in hoeverre jouw commando’s geconditioneerd zijn. Het is belangrijk dat je de hond vertrouwen geeft, maar je moet je niet in de luren laten leggen. Zolang het niet echt naar jouw zin is, blijf je hulpmiddelen als een lange lijn gebruiken.
Ongewenste situaties moet je niet uit de weg gaan. Je moet ze juist gebruiken om zo volledig mogelijk controle over je hond te krijgen.