3. Het werken met schapen

Wat is de beste leeftijd voor de hond om te beginnen met het drijven van schapen? Dat is de meest gestelde vraag van mensen die met hun hond willen gaan werken. Hierover wordt verschillend gedacht. Naar mijn mening kun je een pup van ongeveer 12 weken best met schapen in contact brengen. Maar dan moet je wel randvoorwaarden scheppen. Een ervaren handler erbij, een koppel getrainde schapen en een goed gehoorzamende oudere hond. Als je deze situatie een aantal keren herhaalt in de loop van enkele maanden, dan groeit je pup er mooi mee op. Onder begeleiding van een ervaren handler kun je goed met de echte training beginnen als de hond 9 á 10 maanden oud is én voldoende belangstelling voor de schapen toont. Het is wel belangrijk dat de handler de hond niet forceert, voldoende inzicht heeft in de eigenschappen van de hond en op de juiste plaats weet te staan ten opzichte van de hond en de schapen. Maar je kunt ook rustig geduld hebben tot de hond ongeveer 1 jaar oud is. Op die leeftijd is de hond volwassener en overziet alles beter. Het leerproces gaat sneller. Ook al heeft de hond met 1 jaar nog nooit schapen gezien, als hij 1½ jaar is, zal hij bij gelijke mogelijkheden net zo ver zijn in de training als die pup die met 12 weken al met schapen begon. Laat me dat duidelijk maken aan de hand van een voorbeeld.
Stel je houdt erg van zwemmen en surfen, je hebt een kind van vier jaar en je wilt je vakantie met je gezin graag doorbrengen aan het strand van de Middelandse Zee. Dan zul je misschien besluiten om je kind alvast op zwemles te doen. De zwemlessen zijn natuurlijk aangepast aan de mogelijkheden van een vierjarige. Je weet best dat je kind nog niet alles kan overzien en pas een zwemdiploma zal halen als hij zes jaar is. Je kunt ook je kind op zwemles doen als hij zes jaar is. Dan is de kans groot, dat hij in datzelfde jaar zijn zwemdiploma zal halen.
Zo is het ook met het drijven van schapen voor de jonge Bordercollie. Voor de meeste mensen zal dus gelden dat ze het beste kunnen beginnen met schapendrijven als de hond ongeveer een jaar oud is.
Het werken met schapen is voor de hond een leerproces. Natuurlijk heeft de Bordercollie de eigenschappen in zich om vee te drijven. Maar om dat vee precies op de plek te krijgen waar jij het hebben wilt, daarvoor heeft de hond leiding nodig. Die leider ben jij! Jij maakt gebruik van de eigenschappen die jouw hond heeft. Jij bent de baas en de hond is de knecht. Als het goed is, heb je daarvoor de basis gelegd in de opvoeding tot nu toe en is de verhouding tussen jou en jouw hond duidelijk. Met het drijven van vee gaan er bij de Bordercollie, als het goed is, instincten werken die in banen geleid moeten worden. Slechts bij hoge uitzondering tref je een hond die min of meer vanzelf doet wat jij wilt. Je mag er dus niet vanuit gaan dat de hond automatisch wel weet wat hij moet doen. Als jij geen initiatief neemt, gaat de hond zelf wel initiatief nemen en het resultaat is meestal niet wat jij had gedacht.
Zo was er een melkveehouder in Friesland die een jonge Duitse herder had aangeschaft. De hond liep altijd los op het erf. Elke dag moesten de koeien naar de melkstal in de boerderij. Nou is het  zo, dat er, meestal enkele (dezelfde), koeien achter in het weiland blijven wachten totdat ze naar voren worden gedreven. De jonge hond liep dan mee het weiland in. Het duurde niet lang of de hond liep al vóór de man uit naar de achterblijvers en joeg ze op achter de andere koeien aan in de richting van de melkstal. Toen de hond een half jaar oud was, hoefde de boer nog geen honderd meter het land in en korte tijd later was iedereen (de koeien, de hond en de boer) zover geautomatiseerd, dat de hond zelfstandig de koeien naar de melkstal dreef. Toen deze hond ruim acht jaar oud was, schafte de boer alvast een nieuwe Duitse herderpup aan. Die zou het dan mooi van de oude hond kunnen leren. Dat deed de nieuwe hond ook. Alleen wilde die niet in z’n eentje helemaal naar achteren. De boer moest mee tot halverwege. De derde Duitse herder die hij aanschafte wilde helemaal niet. De boer zag in die tijd op een paardensportevenement een demonstratie schapendrijven met twee Bordercollies. Hij was zo enthousiast, dat hij een Bordercolliepup aanschafte, in de vaste overtuiging dat hij binnen afzienbare tijd weer een hond zou hebben die voor hem de koeien naar de melkstal kon drijven. Echter, het werd niet zoals hij het zich gedacht had. Toen de Bordercollie een jaar oud was, heeft hij hem naar een ervaren handler gebracht. Na de opleiding is de hond uiteindelijk een redelijke veedrijver geworden.
Het verhaal van de eerste Duitse herder is zoals je je een Bordercollie zou wensen. Maar de praktijk is vaak anders. Jouw Bordercollie kán veel goede eigenschappen in zich hebben. Hij kan uitgroeien tot een goede veedrijver. Meestal gaat het niet vanzelf. Vaak gaat het met bloed, zweet en tranen. En met heel veel geduld, waarbij je met moed, beleid en vertrouwen misschien kunt bereiken wat je voor ogen staat. Om je hond mooi te zien werken is een lust voor het oog. Maar om dat te bereiken moet je minstens net zo gedreven zijn, meer uithoudingsvermogen hebben en in elk geval slimmer zijn dan je eigen Bordercollie.
Kortom, schapendrijven met je Bordercollie is een uitdaging, een bezigheid, waarbij je even uit de dagelijkse sleur en beslommeringen weg bent en waarbij je werkt met oerinstincten die op dat moment alleen door jou in goede banen kunnen worden geleid.
Het leerproces is verdeeld over acht onderdelen. Elk onderdeel is een oefening op zich. Gaandeweg laat je de oefeningen in elkaar overlopen, waardoor het schapendrijven een logisch geheel wordt. Bij al deze onderdelen gelden de algemene stelregels.