3.3 Achter de schapen blijven

De hond is enkele keren bij de schapen geweest en weet wat er gaat gebeuren. Vaak zie je dan dat de hond haast niet kan wachten tot de riem los gaat. Op dit punt maak je niet teveel problemen over het trekken aan de riem en dat soort zaken. Je moet er voor zorgen dat de hond nu snel aan het werk gaat, daar is hij op gebrand. Het perfecte luisteren komt wel weer terug, maar eerst moet die enorm opgekropte energie weg.
Haal even weer de beginsituatie voor ogen: je gaat met je hond het weiland in, je geeft af en toe wel even een ruk aan de riem als hij trekt(maar je maakt er niet echt een punt van),  je benadert de schapen zo dicht dat ze nog net niet weglopen, je gaat tussen de hond en de schapen staan, je doet drie stappen naar achteren, je zet de hond aan om te gaan cirkelen en je loopt zelf, indien nodig, nog even mee. Zo komt de hond dus achter de schapen terecht, maar terwijl de hond achter de schapen terecht komt, heb jij een stap terug gezet, waardoor jij vóór de schapen bent gekomen. Op datzelfde moment ga jij meteen achteruitlopen. Daardoor ontstaat de situatie van een klein optochtje. Jij loopt achteruit, de schapen volgen jou en de hond loopt daar weer achter. Dat achteruitlopen is belangrijk, want daardoor kun jij zien wat de hond doet. Als de hond te dicht bij de schapen komt, dan willen de schapen jou voorbij lopen. Dat moet nu nog niet. Jij geeft de hond het “af” commando en tegelijk houd jij met je stok de schapen tegen, door ze eventueel een tikje op de kop te geven. Zorg ervoor dat je achteruit door blijft lopen, zodat ook de schapen door blijven lopen en uiteindelijk ook de hond door kan blijven lopen. Omdat de hond nog weinig ervaring heeft, wil die meestal te snel. Dat merk je omdat de schapen jou voorbij willen lopen. De hond drukt dan eigenlijk te hard. Voorlopig is er maar één oplossing voor dit probleem: je geeft de hond steeds het “af” commando als hij te dicht bij de schapen komt, oftewel te hard drukt. Soms zie je dat een hond probeert een schaap te bijten, de schapen vliegen dan vooruit, jou voorbij en het wordt een rommeltje waar jij geen zeggenschap meer over hebt. Dat moet je dus proberen te voorkomen. Als de hond te hard drukt, geef jij “af”. Zorg er daarna wel voor dat de hond niet te ver achterblijft. Geef daarvoor steeds het commando “toe maar”. De commando’s “af” en “toe maar” wisselen elkaar dus in snel tempo af. Je blijft wel steeds achteruit doorlopen en je blijft heel erg alert dat de hond niet plotseling naar voren komt en een schaap bijt! Op deze manier loop je lange lijnen. De meeste honden vinden dit snel een gewenste situatie, ze vinden dat prettig. Immers, de schapen zitten vast tussen de baas en hemzelf.
Vaak zie je dan ook dat de hond zijn tempo aanpast en de schapen niet meer extra opdrukt. Zodra je dat merkt, leg je hem niet meer steeds af. Drukt hij af en toe te hard, dan leg je hem wel af.
Zo ontstaat  het samenspel tussen de hond en jou! De hond gaat anticiperen op wat jij doet en alleen als hij teveel initiatief neemt, geef je het “af” commando. Aan het eind van de “lijn die je loopt”  maak je een haakse bocht. Doordat jij je verplaatst, verandert ook de twaalfuurspositie van de hond. Vaak gaat een hond echter in deze situatie al pogingen doen om zijn positie op twaalf uur te houden.
Weer, zodra je merkt, dat de hond anticipeert op hoe jij je beweegt, dan verminder jij je extra signalen.
Maar je geeft wel extra signalen als de hond plotseling in gaat snijden of een andere actie inzet, die jij niet wenst. De hond wil zich best schikken naar wat jij wilt, als hij maar merkt dat hij desondanks door mag blijven werken. Nu komt ook het moment dat je niet steeds achteruit hoeft te lopen, maar dat je vooruit kunt lopen, terwijl je over je schouder geregeld omkijkt om te zien of alles gebeurt zoals jij wilt.
Onthoud goed, werken wil de hond het allerliefst en hij wil daarbij best wel rekenschap houden met wat jij wilt. Hij wil zelfs graag precies uitvoeren wat jij wilt, als hij maar door kan blijven werken.
Vooral in het begin als je lijnen gaat lopen, is het van belang dat je rechte stukken loopt van 50 of 100 meter. Loop evenwijdig aan de afrastering en zorg ervoor dat jij de lijn loopt die jij van te voren in je hoofd hebt gezet. Als je dat namelijk niet doet, laat je de lijn snel door de hond bepalen. Dan ga jij je steeds aanpassen aan de hond! Je krijgt dan de situatie dat de hond iets wil flanken, dus aan zijkant gaat lopen en om hem op 12 uur te krijgen ga jij je verplaatsen. Op zo’n moment bepaalt de hond dus eigenlijk hoe jij gaat lopen. Dat wordt dus de omgekeerde wereld. In het allereerste begin, moet je dat wel doen om de zaak op gang te brengen, maar je moet je er wel steeds van bewust zijn! En dus ook zo snel mogelijk ombuigen naar het goede spoor.