3.4 Anticiperen op de handler

Toen je bent begonnen met de hond bij de schapen heb jij alle rekening gehouden met het gedrag van de hond. Je hebt hem geholpen om achter de schapen te komen, als hij plotseling verandert van richting, dan heb jij je daarbij meteen aangepast. Jij hebt tot nu toe je best gedaan om als het ware de puzzelstukjes in de kop van de hond op de goede plek te laten vallen. Tot nu toe heb jij dus geanticipeerd op het gedrag van de hond. Daar gaat nu verandering in komen. Sterker nog, daar is al verandering in gekomen doordat jij met de schapen bent gaan lopen en de hond de schapen achter jou aanbrengt. Je bent immers al begonnen met het lopen van lijnen.
Als je een paar keer geoefend hebt met lange lijnen, begin je met de volgende oefening. Terwijl jij nog loopt, geef je de hond het “af” commando. Je geeft de schapen een tikje op de kop, zodat die blijven staan. Veronderstel, dat je de hond naar rechts wilt laten cirkelen. Dan loop je bij de schapen weg, naar rechts dus en tegelijk een beetje buitenom naar de hond toe. Je rechterarm met de stok steek je naar rechts uit en terwijl geef je sshhhh, sshhh. Zodra de hond vertrekt, loop je op dezelfde manier in,zoals tot nu toe elke trainingssessie bent begonnen. Je loopt één of twee rondjes met de hond mee, waarbij je er op gaat letten of hij ook uit zichzelf steeds weer probeert om achter de schapen te komen. Ondertussen heb jij bedacht welke kant jij met de schapen op wilt, je laat de hond doorlopen, je zorgt zelf weer vóór de schapen te komen en je loopt weer een stuk. Daarna doe je hetzelfde weer. En daarna doe je hetzelfde linksom. Dit herhaal je een aantal keren en let daarbij op of de hond de bedoeling snapt. Het moet dus vrij snel steeds beter gaan.