3.8 Terugsturen om schapen op te halen

Ook hierbij maak je gebruik van kansen die zich voordoen. Vooral in het begin als je de outrun oefent, zal het gebeuren dat één of twee schapen achterblijven. De hond is dan nog te haastig, komt te vroeg in, heeft nog onvoldoende overzicht om alles in één keer mee te krijgen. Als je daar nu geen probleem van maakt, geeft het jou de kans om af en toe de keus te maken die eerste schapen naar je toe te laten brengen en hem vervolgens het “terug” commando aan te leren. Je loopt zover met die eerste schapen door totdat de hond er mooi achterligt en er voldoende ruimte is ontstaan, zodat de achtergebleven schapen er niet uit zichzelf aan komen. Als de situatie goed naar je zin is (niet té lang wachten), leg je de hond “af” en geeft vervolgens het commando “terug”. Op dat moment wil de hond juist opdrijven of hij wil flanken, maar jij heft meteen beide armen en geeft weer “terug”. De hond zal het niet begrijpen, want de achtergebleven schapen is hij vergeten. Dan ren je richting hond en al roepend “terug, terug” en zwaaiend met je armen, jaag je de hond terug richting achtergebleven schapen. Er komt een moment dat de hond ook terugkijkt, jij ziet dan dat hij de schapen ziet, je geeft ssshh, ssshh, en meteen “terug”, het gaat erom dat hij gaat leren inzien dat er nog schapen zijn die opgehaald moeten worden. En dat wil hij maar al te graag. Vaak is het zo, dat als je dit handig doet, de hond in 2 á 3 keer doorheeft wat de bedoeling is. Vervolgens pas je het geregeld toe in de training, zodat het wordt bevestigd.